Edelsmidse Brom: “Ornament ereloge Stadsschouwburg” (Utrecht)

Ontwerp “Ornament ereloge Stadsschouwburg”


“Ornament ereloge Stadsschouwburg” (koper)

Stadsschouwburg Utrecht, Douwe Egbertszaal v/h Grote Zaal
Lucasbolwerk 24, Utrecht
foto: 24 juli 2019


“Ornament ereloge Stadsschouwburg” (koper)

Stadsschouwburg Utrecht, Douwe Egbertszaal v/h Grote Zaal
Lucasbolwerk 24, Utrecht
foto: 24 juli 2019


“Ornament ereloge Stadsschouwburg” (koper)

Stadsschouwburg Utrecht, Douwe Egbertszaal v/h Grote Zaal
Lucasbolwerk 24, Utrecht
foto: 24 juli 2019


“Ornament ereloge Stadsschouwburg” (koper)

Stadsschouwburg Utrecht, Douwe Egbertszaal v/h Grote Zaal
Lucasbolwerk 24, Utrecht
foto: 24 juli 2019

In zijn brief van 21 mei 1940 aan Willem Marinus Dudok, architect van de Stadsschouwburg aan het Lucasbolwerk te Utrecht van 21 mei 1940 had Leo Hendrik Maria Brom, edelsmid en vervaardiger van “Muze”, gevraagd of er ten behoeve van de Stadsschouwburg nog andere metaalwerken moesten worden vervaardigd.
De Raad van Bestuur van Stadsschouwburg NV wilde een ornament laten aanbrengen aan de ereloge van de Grote Zaal (tegenwoordig: Douwe Egbertszaal). In 1941 stelde zij hiervoor een budget van ƒ 100,- ter beschikking, zijnde een donatie uit de nalatenschap van H.W. Hondelink-Van Voorthuijsen, kinderarts te Utrecht. Uit de brief van Brom aan Dudok van 13 maart 1941 blijkt dat de Raad van Bestuur van Stadsschouwburg NV een waardig gedenkteken wilde voor het feit dat de schouwburg door stad en burgerij gesticht was.
In zijn brief aan Dudok van 13 maart 1941 schreef Brom dat de kosten van het ontwerpen en vervaardigen van een deugdelijke metalen versiering minstens ƒ 1000,- zouden bedragen. Hij vond het begrote bedrag van ƒ 100,- absoluut ontoereikend en adviseerde Dudok een schilder te vragen een wapen of een trofee van toneelattributen te schilderen, al of niet met een jaartal of de letters S.P.O.U. (Brom bedoelde waarschijnlijk de afkorting S.P.Q.U. = Senatus Populusque Ultrajectensis = Senaat en volk van Utrecht, TvB).
In de vergadering van 27 mei 1941 van de Raad van Bestuur van Stadsschouwburg NV werd gesuggereerd de gebroeders Van der Horst (Utrechtse edelsmeden, TvB)  te benaderen voor het vervaardigen van een ornament. Kennelijk liep dit op niets uit want in de vergadering van 18 juni 1941 werd voorgesteld het gedoneerde geld te gebruiken voor het vervaardigen van een plaquette met daarop de afbeelding van de oude schouwburg aan het Vredenburg. Dudok zou hiertoe contact op nemen met C. Begeer (vermoedelijk: Carel Joseph Anton Begeer (1883-1956, edelsmid, ontwerper en directeur van Koninklijke Van Kempen & Begeer) en deelde mee dat mevrouw Brom (vermoedelijk Hildegard Brom-Fischer, de echtgenote van Jan Eloy Brom) bij een extra donatie ter grootte van tussen ƒ 400,- en ƒ 500,- gevraagd kon worden een wandtapijt te vervaardigen.
Ten tijde van de opening van de Stadsschouwburg op 3 september 1941 was de ereloge nog niet met een ornament gesierd, zo is te zien op één van een set van twaalf ansichtkaarten met foto’s van het in- en exterieur van de Stadsschouwburg, uitgegeven in het najaar van 1941 door A. van Agtmaal in Baarn.
Uiteindelijk is de ereloge gesierd met een door Brom ontworpen reliëf van het wapen van de stad Utrecht in keel (rood) en zilver (wit), geflankeerd door liggende leeuwen. Uit de beschikbare bronnen blijkt niet in welk jaar Brom dit reliëf heeft ontworpen.  De op deze pagina afgebeelde ontwerptekening is niet voorzien van een datum. Evenmin is duidelijk in welk jaar de ereloge van de Stadsschouwburg van dit reliëf is voorzien. Op de website van de Stadsschouwburg staat een foto van de Grote Zaal waarop het ornament is te zien. Deze foto dateert uit 1945. In het archief van Edelsmidse Brom dateert de meest vroege foto van het ornament uit 1948.

Met dank aan de Stadsschouwburg Utrecht voor het bieden van de gelegenheid foto’s te maken van het ornament.


← Edelsmidse Brom
← Beeldhouwers A – Z
← Fietstochten
← Foto-exposities